|
||||||||||||||
|
Alle besproken werken zijn raadpleegbaar in de Tandembibliotheek. De verschillende besprekingen zijn onderverdeeld per thema.
Kansen voor duurzaamheid: instrumenten, programmas, projecten. De gemeente is de plaats bij uitstek om te werken aan duurzame ontwikkeling. Maar hoe kan er concreet invulling gegeven worden aan het begrip? Gloednieuwe programmas en acties zijn hiervoor niet altijd aan de orde. Veelal gaat het om het herdenken van en bezinnen over de huidige manier van werken. De uitgave van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten helpt hierbij al een heel stuk op weg. De belangrijkste elementen en begrippen met betrekking tot duurzame ontwikkeling worden op een overzichtelijke manier verduidelijkt. Projecten en actieprogrammas illustreren hoe de theorie in realiteit kan omgezet worden. Kansen voor duurzaamheid is interessant voor al wie op zoek is naar inspirerende voorbeelden. De lezer krijgt ook een heel pak concrete tips, informatiebronnen en literatuur. Den Haag: VNG uitgeverij, 2001, 80 p.ISBN: 90-322-73450 Prijs: 17 Te bestellen bij: VNG uitgeverij, www.vnguitgeverij.nl, fax: +31 (0)70 346 92 01. Lets make green work Werken aan een beter leefmilieu en tegelijkertijd zorgen voor meer jobs, gaan perfect samen. Om overheid, private ondernemingen en NGOs bewust te maken van de mogelijkheden om een extra sociale dimensie aan het thema leefmilieu te verbinden, stelt het Network of Urban Forums for Sustainable Development enkele geslaagde projecten voor. Werken rond zuiniger energiegebruik, onderhoud van cultureel erfgoed, promotie van openbaar vervoer, ... Lets make green work brengt vijftien voorbeelden van lokale projecten die zorgen voor green jobs. Delft: The international institute for the urban environment, 1999, 117p. Handboek verzelfstandiging en samenwerking gemeentelijke activiteiten. Welke taken kan een gemeente best zelf op zich nemen en waarvoor wordt best aan samenwerking met een andere partner gedacht? Politeia biedt de lokale besturen een handig instrument bij hun zoektocht naar een zo efficiënt mogelijke manier om hun taken te organiseren. Het decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking bepaalt hoe deze samenwerking kan verlopen. Het handboek zet de mogelijkheden op een rij: interlokale samenwerking, interbestuurlijke samenwerking, publiek-private samenwerking en verzelfstandiging van lokale besturen. Naast de theoretische invalshoek wordt elke samenwerkingsvorm toegelicht aan de hand van praktijkvoorbeelden. Politeia roept de lokale besturen op om ervaringen door te spelen zodat ze verwerkt kunnen worden in nieuwe aanvullingen. De losbladige uitgave is immers bijzonder geschikt om nieuwe regelgevingen, ervaringen en ontwikkelingen in het werk op te nemen. Brussel: VVSG en Politeia, 2002. Kansen voor duurzaamheid: instrumenten, programmas, projecten. De gemeente is de plaats bij uitstek om te werken aan duurzame ontwikkeling. Maar hoe kan er concreet invulling gegeven worden aan het begrip? Gloednieuwe programmas en acties zijn hiervoor niet altijd aan de orde. Veelal gaat het om het herdenken van en bezinnen over de huidige manier van werken. De uitgave van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten helpt hierbij al een heel stuk op weg. De belangrijkste elementen en begrippen met betrekking tot duurzame ontwikkeling worden op een overzichtelijke manier verduidelijkt. Projecten en actieprogrammas illustreren hoe de theorie in realiteit kan omgezet worden. Kansen voor duurzaamheid is niet alleen interessant voor al wie op zoek is naar inspirerende voorbeelden. De lezer krijgt ook een heel pak concrete tips, informatiebronnen en literatuur. Den Haag: VNG uitgeverij, 2001, 80 p.
Hemelwater gebruiken! Een handleiding voor gebruik van regenwater in huis Aan regenwater geen gebrek en t kost niets... Twee heel goede redenen om het vaker te gebruiken. Drinkwater wordt immers schaarser en duurder. In 72 bladzijden beantwoordt dit standaardwerk alle mogelijke vragen i.v.m. het gebruik van regenwater in en rond het huis: van watervraag en waterkwaliteit over de technische kant van de zaak tot een evaluatie van de milieuwinst en het kostenplaatje. Paul van den Bossche, Eric Jansseune, Peter Thoelen, Vibe publicatie 7 oktober 2000 3de herwerkte uitgave, 72 p. Weg van water. De wegen van het water: waterbeheer in de 21-ste eeuw. Eerst nadenken over het water en dan pas het bestemmingsplan. Dit is de boodschap van de uitgave die volgt op de achtdelige reeks van Teleac over integraal waterbeheer in de 21-ste eeuw. Door indijkingen, bebouwing en verstedelijking is de ruimte voor rivierwater te krap geworden. Klimaatveranderingen zorgen voor het stijgen van de zeespiegel en toenemende neerslag. Hoog tijd om water meer ruimte te geven en een andere visie te ontwikkelen. Een speciale taak is weggelegd voor de waterbeheerders. De waterkansenkaart helpt om de ruimtelijke ordening en het waterbeheer beter op elkaar af te stemmen. Een zinvol beleid is enkel mogelijk indien het kadert binnen een Europees beleid. Water stopt immers niet aan de grenzen. Edwin Lucas. Water in de stedelijke vernieuwing: een participatieve vernieuwing. Deze publicatie beschrijft de praktische mogelijkheden voor duurzaam waterbeheer bij stedelijke vernieuwing. Het toepassingsgebied is de wijk Poptahof. In de jaren zestig stond de hoogbouwwijk nog model voor de verstedelijking van Delft. Ondertussen is ze dringend aan vernieuwing toe. Het is in dit kader van stedelijke vernieuwing dat de gemeente Delft aan het DIOC-DGO de opdracht gaf de mogelijkheden voor duurzame modernisering van het waterbeheer in de wijk te onderzoeken. De studie start vanuit de principes geformuleerd in het waterplan en het duurzaamheidsplan van de gemeente. Naast het onderzoek naar de mogelijkheden voor duurzaam waterbeheer, willen de onderzoekers de samenwerking tussen de betrokken organisaties stimuleren en een programma van uitgangspunten formuleren. In het tweede deel wordt de Participatieve Strategie beschreven. Een hoge participatiegraad van bij de aanvang van het plan vergroot de keuzemogelijkheden voor duurzame oplossingen. Door middel van interviews en werkgroepen worden ideeën verzameld en wordt de betrokkenheid van de bewoners verzekerd. Speciale aandacht wordt besteed aan kinderparticipatie. De Poptahof kent een groot aantal allochtone bewoners. De kinderen interviewen hun familie en bevorderen zo de informatiedoorstroming. P.J. van Eijk. Alterra rapport 332. (Nutriënten in stromende wateren.) Deze studie brengt de effecten van eutrofiëring in kaart, op een heldere, inzichtelijke wijze. Het legt concrete links naar effectgerichte milieukwaliteitsnormen, naar het landgebruik (pilootprojecten) en reikt een instrumentarium aan voor het vaststellen van de totale belasting van nutriënten vanuit een stroombekken naar het oppervlaktewater. Door haar watersysteembenadering, en het aanreiken van een toetsingskader is dit rapport beleidsrelevant want ondersteunend voor de actoren in bekkencomités, ter implementatie van de Kaderrichtlijn Water. R. Nijboer. Water voor ruimte - ruimte voor water: brug tussen theorie en praktijk. Over water en ruimte werd al heel wat geschreven bij onze Noorderburen. Provincie Noord-Holland, MR&W, Habiforum, 2002, 40 p. Vademecum water: drinkwater- en warmwaterbesparing Water besparen kunnen we op allerlei manieren. Regenwateropvang, waterbesparende douchekop, waterzuinige toilet, het zijn maar enkele voorbeelden. Dit boek biedt de meerwaarde dat elke waterbesparende maatregel voor nieuwbouw en bestaande woningen in detail uitgewerkt wordt. Per onderdeel berekent men de water- en energiebesparing in guldens, krijg je een overzicht van merken en types. Interessant is ook dat de bewoners hun gebruikservaringen bekendmaken. De ervaring met waterbesparende technieken in Nederland over een kleine tien jaar zijn dus gebundeld. Rotterdam: SEV, Novem en Nationaal DuboCentrum, 1999, 121 p. Beken in de 21ste eeuw: de ideale beek vanuit maatschappelijk, technisch en ecologisch perspectief. De ideale beek in de 21ste eeuw. Dit is het thema waarrond de Werkgroep Ecologisch Waterbeheer in 1999 een prijsvraag uitschreef met vijftien inzendingen als resultaat. De uitwerking van de concepten verschilt nogal. Het uitgangspunt daarentegen is meestal gelijk. Ruimte voor water loopt als een rode draad door het verhaal. En ook het bewustzijn dat het herdenken van onze omgang met water en waterlopen noodzakelijk is om een antwoord te bieden aan de problematiek van overstromingen, verdroging en vervuiling. Piet Verdonschot.
Vergroening van de schoolomgeving Met onze grote bevolkingsdichtheid en verstedelijkt karakter is er in Vlaanderen nood aan vergroening. Ook een vergroende schoolomgeving helpt. Daarom publiceren WWF en Velt, met financiële steun van de Vlaamse overheid, het educatief pakket 'Vergroening van de schoolomgeving. Dit pakket bestaat uit: - De technische handleiding voor een groene school: met technische info voor leerkrachten (van zowel basis- als secundair onderwijs) over ecologische uitgangspunten, aanleg en onderhoud van verschillende groene initiatieven op school. Een ruim aanbod aan groenvormen komt aan bod: gevelgroen, bloemenakkers, graslandvegetaties, aanplantingen met bomen en struiken, groendaken, poelen, de moestuin, kleinfruit en kruiden. - Twee werkboeken: één voor het basisonderwijs en één voor het secundair onderwijs (ASO, TSO en BSO) met een twintigtal lessen en tal van praktijkvoorbeelden en tips voor de praktische organisatie van een vergroeningsproject. Het werkboek voor het secundair is pas beschikbaar in september 2006. Bestellen: WWF: info[a]wwf.be, tel. 02 340 09 99 of Velt: info[a]velt.be, tel. 03 281 74 75
Langs trage wegen. Wandel-, fiets- en ruitertochten langs groene wegen in Vlaanderen. De interesse in buurtwegen, kerkwegels en andere trage wegen herleeft mede onder impuls van de Koning Boudewijnstichting. Paul Maes schreef er een dicht-bij-huisgids over. Maes wil informeren, sensibiliseren en motiveren: hij combineert een uitvoerige theoretische inleiding met de praktijk: 10 tochten in Vlaanderen worden aanstekelijk beschreven, in het derde deel volgen aanbevelingen voor geïnteresseerden in buurtwegen op lokaal en Vlaams niveau. De uitgebreide inleiding belicht verschillende aspecten: de geschiedenis - aan de hand van mooi kaartenmateriaal - de huidige situatie en specifiek juridische aspecten. Ook het gebruik van trage wegen voor verschillende doeleinden en netwerken van trage wegen worden besproken. De typologie van trage wegen met kleurenfotos is erg praktisch voor de geïnteresseerde leek. Paul Maes. Holle wegen: handleiding Mooi geïllustreerde publicatie over holle wegen. Beschrijving en kenmerken, functies en waarden, bedreigingen en beheer komen aan bod. Holle wegen vormen een belangrijk onderdeel van het landschap in het Dijleland en herbergen grote natuurwaarden. In Bertem, Huldenberg, Leuven, Overijse en Oud-Heverlee werden de holle wegen geïnventariseerd, geclassificeerd en een aangepast beheer hieraan gekoppeld. Regionaal Landschap Dijleland vzw, Heverlee, 2000, 121 p. De ecologische siertuin. De ecologische tuin stelt plant en dier centraal en vormt een eenheid met de percelen en de natuur eromheen. Het is geen sieraad waarin constant geharkt, gewied, gesnoeid, bemest en begoten wordt. Tuinonderhoud is immers niet aan de orde, wel tuinbeheer. Zo is het belangrijk te kiezen voor inheemse planten, rekening te houden met bodem, klimaat en microklimaat en te zorgen voor een gelaagde begroeiing. Er wordt dieper ingegaan op het ontwerp, de aanleg en de renovatie van tuinen. Hoe een ecologische verantwoord ontwerp uitwerken en wat te doen met het tuinafval? Een onderscheid wordt gemaakt tussen de gesloten ruimte die bestaat uit bomen, struikgewas en klimplanten en de open ruimte waarin voornamelijk gras, borders en bloemenweiden voorkomen. De uitgebreide plantenlijst met telkens aandacht voor de groeiplaats en de ecologische kenmerken, maken van het boek een zeer handig werkinstrument. Berchem: Velt, 2001, 4de druk Economische waardering van bossen: een case-study van Heverleebos-Meerdalwoud. Economische waarderingstechnieken worden in het buitenland reeds intensief gebruikt. In België werden nog geen technieken uitgewerkt en geldt het onderzoek naar de economische waarde van het Meerdalwoud en Heverleebos als pilootstudie. Een bos benaderen vanuit economische valuatietechnieken stuit soms op kritiek. De onderzoekers verduidelijken daarom dat geld in deze studie enkel de functie van waardemeter vervult en niet die van betalingsmiddel. Daarnaast menen ze ook dat het zinvol is om de waarde van bossen binnen een economische context te bepalen. De kosten van natuurbeleid worden immers gemakkelijk berekend. Wat de baten betreft is dit veel moeilijker. De onderzoekers besluiten dat het belang van de studie vooral ligt in het uittesten van de methodologie en het verzamelen van informatie. Om de economische waarderingstechniek bruikbaar te maken als instrument bij beleidsbeslissingen is bijkomend onderzoek onontbeerlijk. E. Moons, K. Eggermont, M. Hermy, S. Proost. Wie meer over dit onderwerp wil lezen, kan ook de recent verschenen studie van Alterra De rol van bossen in de regionale economie even ter hand nemen. Een gratis brochure over deze uitgave kan besteld worden bij Alterra (tel. ++31.7.477766). Dichter Wonen. Voorbeeldenboek. Een eigen huis met tuin is voor veel Vlamingen op zoek naar een woning, nog steeds de eerste keuze. Hoe het ook anders kan dan de stereotiepe verkavelingen, wordt aangetoond in het voorbeeldenboek Dichter Wonen. Aan de hand van enkele criteria zoals: woningdichtheid, woonkwaliteit, inpassing in de bestaande omgeving en aanleg van de openbare ruimte, worden een vijftigtal woonprojecten voorgesteld die op een creatieve manier omspringen met een beperkte ruimte. Het centrale thema is verdichting. De beschikbare ruimte in Vlaanderen wordt steeds schaarser. Zuiniger omspringen met ruimte door verdichting van woonzones in stedelijke gebieden en kernen in het buitengebied, is een van de aanbevelingen in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Natuur en landschap in het buitengebied blijven gevrijwaard. De verschillende functies, wonen, werken, recreatie ... worden gebundeld wat leidt tot een efficiëntere organisatie. Naast enkele knelpunten zoals de complexiteit en de hogere kost van het bouwen in een stedelijke omgeving, vergt het vooral een mentaliteitswijziging om het verdicht wonen algemeen bijval te doen vinden. De projecten voorgesteld in het voorbeeldenboek kunnen daar alleszins toe bijdragen. Ze tonen hoe privacy, parkeerplaats, groene ruimte en esthetiek, kortom kwalitatief goede woningen, perfect mogelijk zijn binnen een beperkte ruimte en een dicht bebouwde omgeving. De projecten werden, naargelang het type, onderverdeeld in zes categorieën. Handige icoontjes, waarvan de legende op de uitvouwbare flap, tonen aan voor welke elementen het geselecteerd project interessant of belangrijk is. Een fiche bundelt de praktische informatie. Een bondige omschrijving en evaluatie begeleidt het uitgebreide illustratiemateriaal. Brussel: Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen, 2002, 205 p., ill. Duurzaam bouwen duurzaam wonen: dubo-woningen en hun bewoners. De ervaringen van bewoners van een duurzame woning, kunnen een belangrijke bron van informatie zijn voor al wie gaat bouwen en verbouwen. Theorie en informatie worden omgezet in praktijk en helpen zo de drempel tot het toepassen van nieuwe milieuvriendelijke technieken en maatregelen te verlagen. In 1996 startte in Nederland het programma voorbeeldprojecten duurzaam en energiezuinig bouwen. Nu, zes jaar later worden de woningen van vijftien voorbeeldprojecten geëvalueerd. Aan 450 bewoners van de projecten werd gevraagd naar hun ervaringen met duurzaam wonen. De balans is positief. Ondanks het feit dat de bewoners bij de keuze van hun woning vooral gedreven werden door andere dan milieuargumenten, geeft het merendeel te kennen bij een nieuwe keuze terug voor een duurzame woning te kiezen. De meeste bewoners zijn immers heel tevreden. Niet alleen omwille van de rationele argumenten: comfort, kostenbesparing en milieuwinst, maar ook omwille van de idee, het goed gevoel. Toch blijkt dat wanneer er enige hinder wordt ondervonden met afbreuk aan comfort of kwaliteit als gevolg, een systeem of toestel al snel wordt vervangen. Een verkeerde installatie, slecht onderhoud of foutief gebruik, blijken de voornaamste oorzaken bij het falen van een dubo-maatregel. Het tekort aan fatsoenlijke informatie is de grote boosdoener. Bewoners weten te weinig over onderhoud, werking en het waarom van ventilatietoestellen, lagetemperatuursystemen,... De vakmensen blijken al evenmin op de hoogte. Het zijn vooral de studiebureaus die beschikken over de nodige kennis. Het verspreiden van knowhow bij aannemers, installateurs en loodgieters, is onontbeerlijk bij het promoten van duurzaam bouwen. Tegelijkertijd dient een te grote techniciteit te worden vermeden. Niet het ventilatiesysteem op zich of de buizen van een vloerverwarming klinken aantrekkelijk. Wel het behaaglijke van een comfortabele temperatuur en frisse lucht zonder tocht. Tot slot wordt aan de producenten en leveranciers aangeraden aandacht te hebben voor de mankementen en oplossingen hiervoor te zoeken. Comfort komt immers nog altijd op de eerste plaats. H. Bouwmeester. Duurzaam bouwen: een kwestie van willen en weten. In de reeks Voorbeeldprojecten duurzaam en energiezuinig bouwen De Nederlandse ministeries voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en Economische Zaken namen een tiental jaar geleden het initiatief tot een programma voorbeeldprojecten Duurzaam en Energiezuinig bouwen. Van 1996 tot1999 werden 47 projecten gevolgd. De publicatie Duurzaam bouwen: een kwestie van willen en weten maakt de balans en toont wat er op dit moment mogelijk is op het gebied van duurzaam bouwen. De voorbeeldprojecten (woningen, openbare gebouwen, industrie- en bedrijfsgebouwen) worden een voor een besproken: een dubbele pagina per project. In de linkermarge wordt een duidelijk overzicht gegeven van de kosten, isolatie, installaties en energieprestaties. Kleurenfotos, dwarsdoorsneden, tekst, project- en contactgegevens vervolledigen het plaatje. Teksten van en interviews met architecten, specialisten en bewindsvoerders kaderen de bouwprojecten en plaatsen ze in perspectief. Dit aantrekkelijk uitgegeven boek richt zich in de eerste plaats naar architecten, studiebureaus en andere specialisten, maar ook de geïnteresseerde leek kan er heel wat inspiratie uit opdoen. Nationaal Dubocentrum Rotterdam, 2000, 24 blz. ill. & fotos 101 compostvragen. Praktische antwoorden voor compostmeesters en hobbytuinen. Auteur Ivo Pauwels is met deze uitgave niet aan zijn eerste groenboek toe. De ervaringen van de auteur aangevuld met de ervaringen van een honderdtal compostmeesters en de kennis van Vlaco, maken van dit handige boekje een zeer waardevolle bron van informatie voor al wie vragen heeft over het composteringsproces. De auteur geeft antwoord op maar liefst 183 vragen. De eerste vragen handelen echter niet over het compostvat en de wormenbak maar bieden inzicht in de ecologische kringloop en hoe afval kan voorkomen worden. Tielt: Lannoo, 2002, 199 p. Milieuvriendelijk consumeren: tien productgroepen kritisch bekeken. Een milieubewuste keuze maken bij het kopen van producten, kan maar indien men over juiste en duidelijke informatie beschikt. Een recente studie van het Oivo onderzocht het consumentengedrag en onderscheidt vier types: de impulsieve consument, de consumeristen (op zoek naar de intrinsieke waarde van een product), de milieubewuste consument en de maatschappijbewuste consument. Alleen de twee laatste groepen, houden rekening met de milieuaspecten van een product. Toch blijkt uit de enquêtes dat 8 op 10 personen beter wil geïnformeerd worden over de ecologische en maatschappelijke aspecten. Juist door het tekort aan informatie blijkt de milieubewuste en maatschappijbewuste koper zijn intenties niet te kunnen realiseren. Er wordt vooral gedacht aan duidelijke informatie op de verpakking van de producten. Zulke ad hoc informatie is schaars. Wel bestaan er tal van publicaties, acties en campagnes om de consument te sensibiliseren en te documenteren. Zo ook de studie van Ovam: 'Milieuvriendelijk consumeren: tien producten kritisch bekeken'. Met deze studie tracht Ovam een leidraad te bieden bij de keuze van huishoudtoestellen, batterijen, vloer, verlichting, isolatie, kantoorartikelen, meubelen, verven, reinigingsmiddelen, meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Maar dit niet zonder een degelijke inleiding over het begrip 'bewust consumeren'. Ovam presenteert het volledige plaatje: hoe we komen tot onze milieubelastende consumptiepatronen, het begrip duurzame ontwikkeling en de ecologische voetafdruk, de levenscyclusanalyse. Inzicht krijgen in de levenscyclusanalyse van een product is allerminst evident. Bij de keuze van een product is de consument vooral aangewezen op labels en logo's. Ovam geeft uitleg bij de belangrijkste labels en vermeldt organisaties die gecontacteerd kunnen worden voor meer informatie. Tot slot wordt toegelicht welke stappen de overheid ondernam en welke instrumenten er werden ontwikkeld om duurzame productie en consumptie te bevorderen. Meer informatie over de studie van Oivo bij: Oivo, Ridderstraat 18, 1050 Brussel, tel. 02.547.06.11, www.oivo-crioc.org, crioc-oivo[a]oivo-crioc.org Mechelen: Ovam, 2002, 318 p. Voorbeeldenboek Stad en Ommeland, inspirerende verbindingen voor wandelaars en fietsers. Een dagje erop uit met de fiets of te voet is voor stadsbewoners vaak een echt hindernisparcours. Dit boek toont praktijkvoorbeelden van geslaagde verbindingen tussen verstedelijkt gebied en groene recreatie zones op maat van fietsers en wandelaars: veilige corridors uit de stad, rustige aangepaste routes. De vele fotos en kaartjes vormen een intergaal deel van het betoog. Bij de evaluatie van de getoonde projecten werd rekening gehouden met praktische zaken zoals bewegwijzering, verhardingsgraad; ecologische, stedenbouwkundige,en veiligheidsaspecten, maar ook met het samengaan van fietsers en wandelaars, het evenwicht tussen recreatie, natuurbeheer en landbouw en stedenbouw. Het boek belicht verschillende parcours in Nederland: langs waterwegen, doorheen oudere groene zones, rond grotere en kleinere steden. Er wordt ook ingegaan op de rol van infrastructuur en stadsplanning. Als afsluiter wordt testcase Utrecht uitvoeriger belicht en krijgen we een kort overzicht van alternatieve oplossingen voor knelpunten (gedeelde corridor voor recreanten en fauna, een fiets- en spoorwegbrug...). Ook de beleidskeuzes van de verantwoordelijke instanties komen aan bod, hieruit blijkt duidelijk dat visie, creativiteit en vooral samenwerking tussen verschillende beleidsniveaus cruciaal zijn.Een goed fiets- en wandelnetwerk van en naar de stad ontstaat immers niet zomaar. Studiebureau Lopende Zaken Amsterdam, 44 blz, Ill., kleurenfotos & kaarten. Wandel-fietsplatform, Amersfoort 2000. De Groene Vakantiegids Benelux. Wie nog volop bezig is met het plannen van een vakantie, kan inspiratie opdoen in één van de groene vakantiegidsen van Eceat (European Centre For Eco Agro Tourism). Een tiental jaar geleden startte Eceat met een gids over verblijven in Polen, Tsjechië en Hongarije. Ondertussen heeft de organisatie coördinatoren in 13 Europese landen. Deze plaatselijke medewerkers maken de selecties voor de gidsen en organiseren trainingen voor landbouwers over hoe toerisme en biologisch boeren kunnen gecombineerd worden. Toerisme en recreatie bevorderen, die het landschap en de natuur niet aantasten maar juist bijdragen tot het behoud van het natuurlijk erfgoed, is het doel. Via de groene vakantiegids informeert Eceat de vakantieganger over vakantieverblijven die een meerwaarde hebben omwille van hun milieuvriendelijke accommodatie. Dikwijls gaat het om gîtes of kamers op boerderijen waar toerisme een nevenactiviteit is. Maar ook kleine pensions en kampeerterreinen maken deel uit van het aanbod. De gidsen worden tweejaarlijks herzien. Zo werd ook de Groene gids voor de Benelux onlangs herwerkt en aangevuld met nieuwe adressen. De gids is handig in gebruik. Pictogrammen geven informatie over de aard van de accommodatie en de mogelijkheden. De beschrijvingen van de verblijfplaatsen worden afgewisseld met nieuwtjes over biologische voeding en andere wetenswaardigheden. De gids sluit af met een laatste hoofdstuk over ecologische attracties en excursies. Amsterdam: Eceat, 2001, 220 p., ill. Supplement De Groene Vakantiegids Benelux. Amsterdam: Eceat, 2002. 55 p., ill. Energie bewust natuurlijk: reisverplaatsingen in de context van duurzame ontwikkeling Voor je het hele gezin in de auto laadt voor de zomerse trek zuidwaarts, lees je best eens deze brochure: je vindt er een heleboel informatie over duurzaam toerisme en reisverplaatsingen. De eerste drie delen bieden een theoretisch kader - wat zijn duurzaam toerisme en duurzame ontwikkeling - met talrijke praktijkvoorbeelden en verwijzingen naar verschillende organisaties en initiatieven. Deel 4 en de verschillende bijlagen bevatten praktische tips, een tabel om je jaarlijks energieverbruik in reizen en huishouden te berekenen en 5 gouden regels voor energiebewust comfortabel reizen. Door de talrijke voorbeelden, de vlotte toon en de no-nonse lay-out is dit een bijzondere brochure, een puik staaltje van overheidscommunicatie nieuwe stijl. Jo Bultinck, Dienst milieubeleid, Provinciebestuur West-Vlaanderen. Eating Oil: Food Supply in a Changing Climate. Eating oil of hoe we zelfs voor onze basisvoeding afhankelijk zijn geworden van petroleum. De titel van het werk verwijst naar een boek dat in 1978 werd uitgebracht naar aanleiding van de oliecrisis in 1973. Onderzocht werd in hoeverre mate de geïndustrialiseerde landen afhankelijk waren van fossiele brandstoffen voor toelevering van voeding. Intussen is deze afhankelijkheid zeker niet afgenomen. In overzichtelijke tabellen wordt weergegeven welke afstand sommige soorten groenten en fruit hebben afgelegd vooraleer in onze winkels te belanden, wat de CO2 uitstoot was en hoeveel energie en brandstof er werden verbruikt. De cijfers zijn soms ontluisterend. Maar niet alleen het transport is energieverslindend. Ook de verpakking en onze autoritten naar de supermarkt, nemen een flink deel voor hun rekening. Duurzame voedselvoorziening of het voorzien in kwaliteitsvolle voeding, met een minimale milieuschade en een eerlijke prijs voor de producent, lijkt veraf. Sustain en Elm Farm Research Centre formuleren enkele duidelijke adviezen om dit voedselpatroon te doorbreken. De overheid dient duurzame voedselvoorziening als een van haar prioriteiten te beschouwen. Internaliseren van externe milieukosten en sociale kosten, stimuleren van lokale duurzame productie en eerlijke handel, behoren tot de voorgestelde maatregelen. Daarnaast benadrukken beide organisaties het belang van een duidelijk label op de verpakking met informatie over de milieudruk die het product veroorzaakt. Zo krijgt ook de consument meer inzicht in wat hij dagelijks verorbert. Andy Jones. Ecogids Aarde: De gids voor jonge mensen die onze planeet willen beschermen. Ecogids Oceaan: De gids voor jonge mensen die onze planeet willen beschermen. Deze kleurrijke leer- en doe-boeken voor jonge mensen -de laatste klassen van de basisschool en ouder- zijn leuke lectuur voor iedereen. Geen schoolse boeken met lange teksten, maar een wervelwind van informatie: kleurenafbeeldingen, kaartjes, grafiekjes, experimenten, interviews, citaten en tips het oogt allemaal erg up-to-date en dynamisch. Voor natuurbeschermers in spe zijn er praktische tips, interviews met mensen op het terrein - schrik dus niet als je jongste aankondigt dat ze zeehondenverpleegster wil worden, of bio boer - en een actieplan met links. De bewerkers hebben de lijst internetadressen bovendien aangevuld met Belgische en Nederlandse sites. Twee aanstekelijke boeken - één rond het thema aarde, één rond oceanen - voor thuis en voor de bib. David Burnie De kroon op het werk: de rol van leerprocessen in het streven naar een duurzame samenleving. De kroon op het werk is een uitgave in het kader van het programma Leren voor duurzaamheid (2000-2003). Dit programma wil via leerprocessen een bijdrage leveren aan de opbouw van een leefbare, duurzame samenleving. Met de term 'leren' wordt niet enkel aan educatie gedacht. Leren omvat hier ook communicatie, het aangaan van een maatschappelijk debat, het bevorderen van participatie en informatie-uitwisseling. Het beeld van de kroon wordt gebruikt om het thema te visualiseren. De metalen buitenkant staat voor de kennis die bij de individuen aanwezig is. Het fluweel langs de binnenzijde vertegenwoordigt het geheel aan normen en waarden. De vijf vraagstukken: betrokkenheid van burgers, leefomgeving hier en nu, leefbaarheid daar en straks, duurzaam ondernemen en leven lang leren, vormen de punten van de kroon. De kroonjuwelen tenslotte, symboliseren de mogelijke oplossingen. Met dit beeld van de kroon als uitgangspunt werd aan enkele wetenschappers gevraagd naar hun visie op de rol van leerprocessen in het streven naar een duurzame samenleving. In 'De kroon op het werk' worden de acht essays gebundeld. Elke essayist legt, naargelang de discipline waarin hij of zij werkt, eigen klemtonen. Zo wordt in het eerste essay vooral belang gehecht aan communicatie, vrijheid en creativiteit van het individu. Er bestaat niet een beste manier van leven of een beste visie. Belangrijk is dat we in staat zijn afwegingen te maken en om kunnen gaan met conflicterende normen. Duurzaamheid kan dienen als bron van inspiratie. Tegenover het niet gewenste 'instrumentele' leren dat leidt tot regels, sancties en conditionering, wordt het emancipatoir leerproces geplaatst. Het scheppen van ruimte voor alternatieve ontwikkelingen, betrokkenheid, nieuwe manieren van denken en diversiteit. Een tweede essay focust op het belang van waardesystemen. Waarden en normen beïnvloeden het gedrag. Mensen overtuigen dat een ander, meer duurzaam gedrag wenselijk is, kan maar indien men voldoende kennis heeft van de heersende waarden en normen. Begrip voor ieders waardesysteem, woordgebruik en zomeer, is nodig om te vermijden dat een boodschap volledig de doelgroep mist of slecht wordt geïnterpreteerd. Een ander essay gaat over betrokkenheid, interactiviteit en netwerkorganisaties. Netwerkorganisaties, gekenmerkt door een horizontale structuur, bieden ruimte voor dialoog en uitwisseling. ICT en internet zorgen voor een grote interactiviteit. Ondernemingen, NGO's en de overheid kunnen rechtstreeks met elkaar in contact staan voor het uitwisselen van informatie en het opzetten van acties. Andere essays gaan nog over corporate ownership, leven lang leren,... Net zoals het begrip duurzaamheid, kan 'leren voor duurzaamheid' op verschillende manieren geïnterpreteerd en ingevuld worden. Een overzicht van concrete acties en campagnes is terug te vinden op de website: www.lerenvoorduurzaamheid.info. Amsterdam: NCDO, 2002. 72 p. Cultuurkrakers Eind jaren tachtig trachtte Kalle Lasn tevergeefs zendtijd te kopen voor een spot waarin de bedrieglijke reclame van een bosbedrijf werd aangeklaagd. Al gauw merkte hij dat er bij geen enkele zender of televisiestation plaats was voor boodschappen die indruisen tegen de belangen van grote sponsors. Samen met andere media-activisten startte hij een netwerk om de ondemocratische en gemonopoliseerde media aan te klagen. Het tijdschrift Adbusters werd opgericht. In zijn boek 'Cultuurkrakers' beperkt Kalle Lasn zich niet tot kritiek op de media. 'Cultuurkrakers. Een manifest tegen de ongebreidelde consumptiecultuur' prijkt er op de titelpagina. Die ongebreidelde consumptiecultuur wordt vertegenwoordigd door Amerika TM, Amerika als handelsmerk. Hij schetst een wereld van manipulatie en bedrog, van automatisme en cynisme. Gebrainwashed door reclame, gekluisterd aan tv, overspoeld door geluiden en informatie, en ver verwijderd van de natuur en onze instincten. Met zijn beschrijving van het grote onbehagen vertelt de auteur niet zoveel nieuw. Maar hij laat het hier niet bij. Eens ontwaakt uit de wereld van het consumentenkapitalisme en er zich van bewust dat het ook anders kan, is revolutie een logische stap. Kalle Lasn gelooft ten volle in een cultuur 'met een hart en een ziel die niet commercieel zijn'. Als grote voorgangers ziet hij de Situationisten die zich in de jaren 50 en 60 afzetten tegen de mediacultuur en geloofden dat revolutie in het bereik lag van elke gewone mens. De vorm van actie voeren is ondertussen wel veranderd. Twee grote peilers van de cultuurkrakers zijn: demarketing en het ijveren voor een economie met ware kosten. Subverteren of het imiteren van een campagne maar de boodschap omdraaien, ontcoolen van merken, organiseren van campagnes, of gewoon assertiever, minder beleefd reageren wanneer je hinder ondervindt van een bepaalde bedrijfscultuur of politiek. Reageren kan op verschillende manieren. Van radio- en tv-campagnes verwacht Lasne het meest. Maar actie voeren kan ook gebeuren in het dagelijks leven bijvoorbeeld bij het bewust aankopen van voeding en kledij. De boodschap is dat veranderingen mogelijk zijn en elke op zijn terrein een stuk actie kan voeren. Je streeft niet alleen een betere wereld na, het doet je terug leven. Kalle Lasn brengt een vurig verhaal, vol overtuiging. Maar zijn relaas is soms wat te karikaturaal. Rijk versus authentiek en spontaan, de tv-verslaafde zombie versus de krachtige burger, cynisme versus idealisme. Het ligt dan ook in zijn bedoeling om wakker te schudden. Wellicht is een pakkend beeld hiervoor meer geschikt dan woorden. Kalle Lasn. Milieuvriendelijk consumeren: tien productgroepen kritisch bekeken. Een milieubewuste keuze maken bij het kopen van producten, kan maar indien men over juiste en duidelijke informatie beschikt. Een recente studie van het Oivo onderzocht het consumentengedrag en onderscheidt vier types: de impulsieve consument, de consumeristen (op zoek naar de intrinsieke waarde van een product), de milieubewuste consument en de maatschappijbewuste consument. Alleen de twee laatste groepen, houden rekening met de milieuaspecten van een product. Toch blijkt uit de enquêtes dat 8 op 10 personen beter wil geïnformeerd worden over de ecologische en maatschappelijke aspecten. Juist door het tekort aan informatie blijkt de milieubewuste en maatschappijbewuste koper zijn intenties niet te kunnen realiseren. Er wordt vooral gedacht aan duidelijke informatie op de verpakking van de producten. Zulke ad hoc informatie is schaars. Wel bestaan er tal van publicaties, acties en campagnes om de consument te sensibiliseren en te documenteren. Zo ook de studie van Ovam: 'Milieuvriendelijk consumeren: tien producten kritisch bekeken'. Met deze studie tracht Ovam een leidraad te bieden bij de keuze van huishoudtoestellen, batterijen, vloer, verlichting, isolatie, kantoorartikelen, meubelen, verven, reinigingsmiddelen, meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Maar dit niet zonder een degelijke inleiding over het begrip 'bewust consumeren'. Ovam presenteert het volledige plaatje: hoe we komen tot onze milieubelastende consumptiepatronen, het begrip duurzame ontwikkeling en de ecologische voetafdruk, de levenscyclusanalyse. Inzicht krijgen in de levenscyclusanalyse van een product is allerminst evident. Bij de keuze van een product is de consument vooral aangewezen op labels en logo's. Ovam geeft uitleg bij de belangrijkste labels en vermeldt organisaties die gecontacteerd kunnen worden voor meer informatie. Tot slot wordt toegelicht welke stappen de overheid ondernam en welke instrumenten er werden ontwikkeld om duurzame productie en consumptie te bevorderen. Meer informatie over de studie van Oivo bij: Oivo, Ridderstraat 18, 1050 Brussel, tel.: 02 547 06 11, www.oivo-crioc.org, crioc-oivo[a]oivo-crioc.org Mechelen: Ovam, 2002, 318 p. Natuur en milieu in educatie: over inhouden van natuur- en milieueducatie Actuele beschouwingen over de grondslag voor natuur- en milieueducatie. De auteur definieert natuur en milieu en baseert zich onder meer op diverse uitspraken van deskundigen. Van hieruit schetst hij de opdracht en de geschiedenis van NME en beschrijft hij NME als sociaal-ecologische educatie, de invalshoeken binnen NME en NME binnen duurzame ontwikkelingseducatie. Paul Stryckers. Parkeerbeleid voor beginners Het kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur in Nederland, kortweg Crow, brengt twee nieuwe publicaties uit waarin het autoparkeren centraal staat. Effecten van parkeermaatregelen.Publicatie 159. In publicatie 159 worden de effecten van parkeermaatregelen onderzocht. Parkeermaatregelen gaan meestal gepaard met hoogoplopende discussies tussen gemeente en ondernemers. Deze laatste vrezen immers een deel van hun klanten te verliezen als er geen parkeerplaatsen in de directe omgeving beschikbaar zijn. Crow onderzoekt of deze vrees van de ondernemers terecht is. Welke effecten treden op als betaald parkeren wordt ingevoerd of als de tarieven verhoogd worden? Ondervindt de lokale economie schade wanneer een groot deel van het centrum autovrij wordt gemaakt? Grootschalige parkeermaatregelen van de afgelopen twintig jaar worden geïnventariseerd en geanalyseerd. Het doel is om basisinformatie aan te reiken waarmee partijen die betrokken zijn bij het parkeerbeleid op een vruchtbare wijze een gesprek met elkaar kunnen aangaan. Ede, Crow. 2001. 156 p., ill. Kwaliteit straatparkeren: leidraad voor beleid, richtlijn voor de uitvoering.Publicatie 162. De tweede publicatie, kwaliteit straatparkeren, biedt richtlijnen waarmee een goed straatparkeerbeleid kan worden ontwikkeld, uitgevoerd, georganiseerd, beheerd en geëvalueerd. De publicatie bestaat uit drie delen. Het eerste deel bespreekt de beleidsontwikkeling. In de twee volgende hoofdstukken worden respectievelijk de uitvoering van het beleid en de beheertaken toegelicht. Aan de gemeenten worden criteria aangeboden om te bepalen of het uitbesteden van verschillende werkzaamheden al dan niet opportuun is. De vele voorbeelden en praktische checklists maken van deze uitgave een handig werkdocument. Ede, Crow. 2001. 92p., ill. Mobiliteit en kwaliteit: een nieuwe basis voor een krachtig mobiliteitsbeleid in steden en gemeenten. Kwaliteitszorg doet langzaam maar zeker zijn intrede in de openbare sector, ook binnen het kader van een gemeentelijk mobiliteitsbeleid. Het boek steunt op de praktijkervaring die tijdens het onderzoeksproject Kwaliteitszorg in het gemeentelijk mobiliteitsbeleid opgedaan werd bij verschillende gemeenten. De tijd dat gemeentelijk mobiliteitsbeleid synoniem was met een ad hoc beleid van de schepen van Openbare Werken is voorbij, beleid voeren is meer dan technisch- praktische aspecten het verkeer regelen. Mobiliteit is meer dan verkeer of vervoer: duurzaamheid is ook hier het streefdoel. Daarom is er nood aan een kritische analyse van beleidsprocessen op gemeentelijk niveau, aan een lange termijn visie en een integraal beleid. Willy Miermans, Jos Zuallaert, et al. Debatteren over mobiliteit: over de rationaliteit van het ruimtelijk mobiliteitsbeleid In Nederland heeft het ministerie van VROM zich al sinds 1973 ontfermd over hoe men de groei van het autoverkeer zou kunnen afremmen. Oplossingen die in de verschillende notas ruimtelijke ordening voorgesteld werden zijn onder meer streven naar de bundeling van wonen, werken en voorzieningen, en het principe van concentratie van activiteiten nabij knooppunten van openbaar vervoer. Via een uitgebreid historisch overzicht stelt de auteur de grondslagen van dit beleid in vraag. Een aantal veronderstellingen achter het beleid worden aan een empirische toets onderworpen. Zo blijkt de vermeende trek van kantoren naar de randen van de steden als oorzaak voor de groei van het autoverkeer, veel minder groot dan verwacht. En blijken de locaties nabij stations niet per definitie beter bereikbaar te zijn voor fiets en openbaar vervoer dan de bedrijventerreinen aan de rand van de steden. De auteur concludeert dat het VROM-beleid dringend aan revisie toe is en stippelt als slot een vernieuwd mobiliteitsbeleid uit. Karel Martens, proefschrift, 2000, 323 p. Fietsoversteken op rotondes Wat is de optimale vormgeving van fietsoversteken op rotondes? Welke kenmerken maken duidelijk dat fietsers wel of geen voorrang hebben? CROW-publicatie 126a geeft concrete aanbevelingen voor de vormgeving van veilige fietsoversteken op rotondes binnen de bebouwde kom. Deze publicatie is een aanvulling op publicatie 126, Eenheid in rotondes die in 1998 is verschenen. Ede: Crow, 2001, 92 p., ill.
|
Hoe scoort je gemeente ?PublicatiesDe tandemkoffer
|
|||||||||||||